Archief en Museum van het Studentenleven

Detail Persoon

Start WAAROM ? VERBINDINGEN Mota-geschiedenis

 

Omhoog

Met dank aan :

 Agrippa the AMVC Database - Louis Jacobs - Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

Dosfel(Lodewijk)("L.Boeykens","Godfried Hermans","Siegfried Kersten","Thomas van der Schelden"

Dosfel
Geboren: 15 maart 1881(Dendermonde)
Overleden: 27 december 1925(Dendermonde)
In onze Bibliotheek: "Schets van eene geschiedenis der Vlaamsche Studentenbeweging"
Situering: Vlaamse Beweging
Biografie: Letterkundige, rechtsgeleerde en Vlaams-nationalist. Hij deed humaniorastudies aan het Heilige-MaagdCollege van Dendermonde en behaalde zijn middelbaar diploma op zijn vijftiende. Via de bladen De Vlaamsche Vlagge en De Student kwam hij in aanraking met de studentenbeweging; zelf stichtte hij de bond Jong maar Moedig. Na zijn humaniora ging hij wijsbegeerte studeren aan het Collège Notre-Dame de la Paix te Namen (1896); vervolgens schreef hij zich in te Leuven als student in de rechten, op zijn zestiende. Aan de universiteit was hij zeer actief in de hoogstudentenbeweging. Ook literair zat hij niet stil: hij stichtte het literair tijdschrift Jong Dietschland en werd in 1900 hoofdredacteur van Ons Leven. Onder het pseudoniem Godfried Herman schrijft hij gedichten waarin de invloed van Rodenbach manifest aanwezig is en waarin ook nog echo's van Lodewijk de Coninck doorklinken: idealistische poëzie met als thema's het streven naar orde en evenwicht en het gekweld zijn door geloof en gezag. "In de eerste plaats ethicus, kent hij aan de dichter-ziener de hoogste menselijke zending toe, tot dewelke hij zijn forse gedachtenlyriek [...] , zijn toneel [...] en zijn beschouwingen [...] vergeefs poogt te verheffen" (R.F. Lissens). Na zijn studies vestigde hij zich als advocaat te Dendermonde. Spoedig verwierf hij groot aanzien in de Vlaamse Beweging: hij werd lid van de Tweede Hogeschoolcommissie (1907), gooide zich in de strijd voor de gedeeltelijke vernederlandsing van de Gentse Rijksuniversiteit en pleitte met Dr. Van de Perre op het Katholiek Congres te Mechelen voor de vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen. Ondertussen publiceerde hij een aantal belangrijke juridische studies in het Nederlands, iets waar Vlaanderen grote behoefte aan had: Schets van het Belgisch Handelsrecht (1901), Kern van het Burgerlijk Wetboek (1903), De Belgische Wetten op het Gebruik der Nederlandsche Taal (1910). Minister Helleputte benoemde hem in 1910 tot juridisch adviseur bij het Ministerie van Spoorwegen en in 1914 werd hij corresponderend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. Na lang aarzelen accepteerde hij in de Eerste Wereldoorlog een professoraat aan de vernederlandse Gentse universiteit; op 7 oktober 1916 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de rechtsfaculteit. In zijn ogen was de vernederlandsing een geval van rechtsherstel en bijgevolg volstrekt wettelijk; verder dan zijn professoraat en zijn engagemant voor de vernederlandsing ging zijn activistische betrokkenheid echter niet. Hij keerde zich zelfs tegen de Raad van Vlaanderen: hoewel principieel voorstander van de administratieve scheiding der taalgebieden, aanvaardde hij niet dat deze door een bezettende mogendheid werd doorgevoerd. Zijn houding t.o.v. het activisme zette hij uiteen in zijn Katholiek Activistisch Verweerschrift (februari 1918). Na de wapenstilstand nam hij de volledige verantwoordelijkheid voor zijn daden en ging zich te Dendermonde bij de gerechtelijke instanties aangeven. Hij zat achtereenvolgens in de gevangenissen van Dendermonde, Gent, Brugge, Vorst en opnieuw Dendermonde, waar hij in mei 1919 in afwachting van zijn proces voor het Assisenhof van Oost-Vlaanderen in voorlopige vrijheid werd gesteld. Ondertussen verdedigde hij in Ons Vaderland de legitimiteit van de vernederlandsing van de RUG. In juni 1920 kwam de zaak van de Gentse activistische professoren voor; Dosfel werd verdedigd door Frans van Cauwelaert en Hendrik Borginon en bleef zelf het standpunt verdedigen dat de vernederlandsing van Gent wettelijk was. Hij werd, zeer tot de verontwaardiging van de studentenverenigingen, tot tien jaar hechtenis veroordeeld maar dank zij de gebroeders Van de Perre en Frans Daels, werd hij wegens ziekte in voorlopige vrijheid gesteld in december 1920. Hij begon weer te publiceren, onder het pseudoniem Thomas Van der Schelden, in De Standaard, De Tijd (Nederland), Tooneelgids, Boekengids, Averbode's Weekblad en vooral Het Vlaamsche Land. Hij distantieerde zich van de Frontpartij omdat hij, als overtuigd katholiek, de idee van een godsvrede met de vrijzinnigen niet kon verdragen; ook het minimumprogramma dat de Katholiek Partij voorstond en dat ook in socialistische middens werd verdedigd (Huysmans) vond in zijn ogen geen genade.
Zend Uw reacties naar: webmaster(at)studentenmuseum.be met vragen en opmerkingen over onze Website.
Copyright © 1998-2015 Archief en Museum van het studentenleven MOTAvzw
Laatste wijziging: 06 april 2015